Cavia's zijn afkomstig uit Zuid-Amerika en dan met name uit Peru en Chili,
waar ze vandaag de dag nog steeds in het wild voorkomen. Bij de ontdekking van
Zuid-Amerika werden door de Inca's in Peru cavia's als huis- en offerdier
gehouden. Men kende toen al enige variaties in kleur, zoals rood, bruin, zwart
en tweekleurige. De diertjes vormden een aangename aanvulling op het dagelijkse
menu. Dat zijn ze overigens nog steeds in verschillende Zuid-Amerikaanse landen.
In het wild bestaan verschillende soorten cavia's. Ze leven in kleine families
bij elkaar. Onze tamme cavia stamt af van de wilde cavia, de Cavia aperea
porcellus, die een kleur heeft die veel lijkt op de Goud-Agouti, een warmrode
kleur met een gelijkmatige 'ticking'. Dit is de oerkleur van cavia's.
Aan het einde van de 16e eeuw werden cavia's vanuit hun herkomstgebied door
onder meer Hollandse zeevaarders via de westkust van Afrika (Guinea) naar Europa
gebracht. Al voor die tijd moeten ze echter in Europa bekend zijn geweest, omdat
ze reeds in 1533 werden beschreven in het Tierenbuch van de Zwitserse bioloog
Conrad Gessner, de stichter van de botanische tuin van de Universiteit van
Zurich in Zwitserland.
Zijn beschrijving en afbeelding komen vrijwel overeen met die van de hedendaagse
cavia. Hij noemde ze echter net als de Spanjaarden 'Indiaanse konijntjes'. Hij
beschrijft zeer overtuigend hoe ze door ontdekkingsreizigers vanuit de pas
ontdekte nieuwe wereld, via Spanje en Portugal naar Engeland kwamen, wat hun
voedsel was, welke kleuren toen al bekend waren en hoe de voortplanting
geschiedde. Het zou echter nog tot het einde van de 19e eeuw duren voordat de
cavia als huisdier bekender werd. Met name Engeland heeft in dit proces een
belangrijke rol gespeeld.
